Groeien zonder je liquiditeit vast te zetten: zo werkt voorraadfinanciering
Je ziet de vraag toenemen en weet vrijwel zeker dat je volgende verkoopperiode sterk wordt. Alleen is er één probleem: om straks meer te kunnen verkopen, moet je vandaag al meer inkopen.
Daar ontstaat voor handelsbedrijven, retailers en webshops regelmatig een vreemde situatie. De onderneming groeit, maar de bankrekening wordt tijdelijk leger. Geld verandert eerst in voorraad en pas later weer in omzet en cash. Met voorraadfinanciering kan een onderneming die periode overbruggen zonder het volledige werkkapitaal in producten vast te zetten.
Winstgevend groeien kan toch liquiditeitsproblemen veroorzaken
Omzet, winst en liquiditeit worden nog weleens door elkaar gehaald. Toch kunnen ze totaal verschillende verhalen vertellen.
Stel dat een webshop maandelijks voor €150.000 verkoopt en door groei verwacht richting €225.000 te gaan. Positief nieuws.
Maar om die extra €75.000 omzet mogelijk te maken, moet er misschien weken eerder al voor €40.000 extra voorraad worden besteld en betaald.
De verkoop vindt pas daarna plaats. Vervolgens duurt het mogelijk opnieuw enige tijd voordat alle inkomsten daadwerkelijk beschikbaar zijn.
Hoe sneller de onderneming groeit, hoe groter die tijdelijke financieringsbehoefte kan worden.
Daarmee ontstaat een paradox: juist sterke groei kan druk zetten op de cashflow.
Kijk naar de snelheid waarmee geld terugkomt
Voorraadfinanciering beoordelen begint daarom niet alleen bij de vraag hoeveel voorraad nodig is.
Minstens zo belangrijk is de omloopsnelheid.
Voorraad die binnen vier weken wordt verkocht, legt immers veel korter kapitaal vast dan goederen die zes maanden in het magazijn blijven liggen.
Daarmee kom je bij een belangrijk financieel principe: de cash conversion cycle. Simpel gezegd is dat de tijd tussen het moment waarop een onderneming geld uitgeeft en het moment waarop dat geld via een verkoop weer binnenkomt.
Hoe langer die cyclus duurt, hoe groter de behoefte aan werkkapitaal.
Bedrijven die hun voorraadrotatie goed kennen, kunnen daardoor veel nauwkeuriger bepalen hoeveel financiering werkelijk nodig is.
Financiering kan goedkoper zijn dan een gemiste verkoopkans
Lenen kost geld. Daarom klinkt voorraad financieren soms onnodig wanneer een onderneming zelf nog liquide middelen heeft.
Maar alleen naar de financieringskosten kijken geeft een onvolledig beeld.
Stel dat een retailer voor een verkoopseizoen €100.000 extra voorraad kan inkopen. De financiering daarvan kost enkele duizenden euro’s, terwijl de verwachte brutomarge op die voorraad aanzienlijk hoger ligt.
Dan is de relevante vraag niet alleen: wat kost de financiering?
Maar ook: hoeveel rendement kan het extra beschikbare werkkapitaal opleveren?
Hetzelfde geldt wanneer een leverancier tijdelijk korting geeft bij grotere volumes. Een financieringsoplossing kan dan helpen om een kans te benutten die anders voorbijgaat.
Dat betekent uiteraard niet dat iedere voorraad automatisch gefinancierd moet worden. Wanneer producten langzaam verkopen of marges klein zijn, kunnen rente en voorraadkosten het rendement juist snel uithollen.
Voorkom dat al het geld op de plank ligt
Zelf financieren kan aantrekkelijk lijken omdat er geen externe financieringskosten zijn.
Toch heeft liquiditeit ook waarde.
Een ondernemer die bijna alle beschikbare middelen in voorraad stopt, houdt minder ruimte over voor:
- Salarissen en vaste lasten;
- Marketing;
- Onverwachte tegenvallers;
- Nieuwe investeringen;
- Andere commerciële kansen.
Daarom moet voorraad altijd worden bekeken als onderdeel van het totale werkkapitaal.
Een magazijn vol goedverkopende producten is waardevol. Maar je kunt er de salarissen aan het einde van de maand niet rechtstreeks mee betalen.
Welke financieringsvorm past bij de voorraadcyclus?
De juiste oplossing hangt sterk af van de situatie.
Een tijdelijke seizoenspiek vraagt mogelijk om een andere vorm dan structurele groei. Ook betalingstermijnen, marges, voorraadrotatie en bestaande financiering spelen mee.
Daarom is het verstandig niet simpelweg het maximale bedrag te financieren, maar de financieringsstructuur af te stemmen op de daadwerkelijke cashflow.
De looptijd van de financiering en de periode waarin de voorraad weer in geld verandert, moeten daarbij zoveel mogelijk op elkaar aansluiten.
Maak van voorraad weer een groeimiddel
Uiteindelijk draait voorraadfinanciering niet om zoveel mogelijk producten in een magazijn kunnen leggen.
Het draait om rendement op kapitaal.
Wanneer extra voorraad voldoende marge oplevert, snel genoeg roteert en daadwerkelijk nodig is om de omzet te laten groeien, kan financiering juist voorkomen dat een gezond bedrijf door zijn eigen succes wordt afgeremd.
De interessantste vraag is daarom niet: kunnen we deze voorraad zelf betalen?
Maar: waar levert ons beschikbare kapitaal op dit moment het meeste rendement op?
Voor bedrijven die snel groeien, kan precies dat verschil bepalen of liquiditeit een rem op de onderneming wordt of juist ruimte geeft voor de volgende groeistap.