Verschillen tussen een fysieke en synthetische ETF

ETF fysiek of synthetisch verschillen

De populariteit van ETF’s neemt de laatste jaren steeds meer toe door de eenvoud van het product. Een andere naam voor ETF is tracker. Hiermee kan men beleggen in bijvoorbeeld een index of specifieke sector. ETF staat voor Exchange Traded Fund(-s). Een bekend voorbeeld van een ETF is de iShares MSCI World. Met deze tracker kunt u beleggen in 1.600 verschillende aandelen van de grootste beursgenoteerde bedrijven ter wereld. Buiten bepaalde risico’s zoals valutarisico of koersrisico is het ook belangrijk om te weten wat de productstructuur is. Dit wil zeggen welke methode wordt gebruikt om een index of sector te volgen. Dit kan fysiek of synthetisch zijn.

ETF met synthetische replicatie

Replicatie is een lastige term voor het zo goed mogelijk nabootsen, in dit geval het nabootsen van een index of sector. Synthetische ETF’s beleggen niet in de aandelen van een sector of index. Het nabootsen wordt gedaan met behulp van derivaten. De uitgever van de tracker gaat een contract aan met een tegenpartij, dit is vaak een andere financiële instelling zoals een bank. De tegenpartij levert het rendement van de sector of index welke de tracker volgt. Er is wel een zogenaamde swap spread, een overeengekomen vergoeding. De tegenpartij kan een risico vormen want de uitgever van de ETF is hiervan afhankelijk.




De risico’s van een synthetische ETF zijn iets groter dan bij een fysieke replicatie. Toch is het in veel gevallen niet anders mogelijk om een index of sector te volgen. Dit is vooral het geval bij veel ETF’s gericht op grondstoffen of beurzen die vrijwel niet toegankelijk zijn voor beleggers. Voorbeelden van dergelijke beurzen zijn die van India en Iran.

ETF met fysieke replicatie

ETF’s met een fysieke replicatie beleggen werkelijk in de aandelen uit een sector of index. Dit is voor de belegger van de tracker transparant. De belegger kan immers nagaan op de website van de uitgever van de ETF hoe de samenstelling van het ‘mandje’ aandelen is. Bij trackers met fysieke replicatie zijn er nog twee zogenaamde subgroepen. Zo is er volledige fysieke replicatie maar ook een geoptimaliseerde replicatie. Als dit zou worden vertaald naar een BEL20 ETF zijn er dan twee mogelijkheden:

  • Volledige fysieke replicatie: naar gewicht in de index worden de aandelen aangehouden in de ETF.
  • Geoptimaliseerde fysieke replicatie: er wordt getracht een zo goed als mogelijke afspiegeling van de index te ondervangen maar niet met alle aandelen uit de index.

De laatste methode kan toegepast worden om de kosten te beperken aangezien niet elk aandeel uit een index gekocht hoeft te worden. Een nadeel kan zijn dat de ETF niet exact een index gaat volgen, dit kan op termijn steeds verder afwijken.

Beurswaarde grootste ETF's in dollar per 22-5-2017
Beurswaarde (x1.000) van de grootste ETF’s in dollar per 22-5-2017

Synthetisch of fysiek?

Het risico van een synthetische ETF wordt enigszins beperkt doordat er een onderpand wordt aangehouden. Daarnaast lenen sommige uitgevers van trackers stukken uit wat ook een risico creëert. Voor dit uitlenen ontvangt de uitgever van de ETF een vergoeding. Vanuit de uitgever van trackers gezien kunnen synthetische ETF’s veel praktischer zijn. Zo zijn er indexen welke meer dan 1.000 aandelen bevatten. Om deze allen te kopen en verkopen en wijzigingen in samenstelling van de index door te voeren nemen de kosten toe. De index synthetisch nabootsen is dan vanzelfsprekend goedkoper.

Beleggers geven echter vaak de voorkeur aan transparantie en willen liever een fysiek gerepliceerde ETF. De kosten kunnen echter wel hoger zijn maar worden door sommige partijen beperkt door het uitlenen van stukken. De belangrijkste kostenpost bij een tracker is de total expense ratio (TER). Deze ratio wordt jaarlijks ingehouden op uw belegging in de tracker voor de gemaakte kosten van de uitgever. Deze kosten zijn er bijvoorbeeld voor transacties, marketing en bewaarkosten. Bij Europese trackers bedraagt deze TER nog geen 0,4% wat erg laag is in vergelijking met traditionele fondsen.

Uiteindelijk moet de belegger zelf uitmaken of de transparantie van een fysieke ETF de voorkeur geeft boven de synthetische ETF met wat lagere kosten. Doorgaans is de tracking-error van fysieke trackers iets groter dan die van synthetische mede door de hogere TER. Wilt u meer over ETF’s lezen of ervaringen delen dan kan dat op het subforum Trackers, ETF’s en beleggingsfondsen (klik hier).

Bezoek het beursforum >>>