Iran moet opletten voor de Dutch Disease

Dutch disease olie oil

De term Dutch Disease (Hollandse ziekte) werd voor het eerst gebruikt in 1977 door het toonaangevende tijdschrift The Economist. Het werd gebruikt om een plotse verslechtering van het economische klimaat in Nederland te verklaren. Tussen 1970 en 1977 nam de werkloosheid met bijna 4 procentpunten toe, van 1,1 procent tot 5,1 procent, terwijl bedrijfsinvesteringen afnamen. De reden hiervoor was een sterkere gulden, waardoor het land minder competitief werd ten opzichte van buurlanden. Bovendien werd de rentevoet verlaagd om de munt minder snel te laten versterken. Hierdoor nam het aantal buitenlandse directe investeringen in Nederland eveneens af.

Nederland werd ziek in de jaren 60

Nederland had dus problemen door een te sterke munt, maar hoe kwam dit? In 1960 ontdekte men grote gasreserves in de Noordzee, iets wat op korte termijn natuurlijk een zegen is. In de eerste plaats vloeiden er meer buitenlandse investeringen naar het land om te helpen de grondstof te ontginnen. De olie-en gassector is nu eenmaal kapitaalintensief. Vervolgens werd deze plotse ontdekking van energie niet opgepot door het land zelf, maar verkocht aan de buren. Er vloeiden met andere woorden ook buitenlandse deviezen naar het land. Beide fenomenen zorgden voor een appreciatie van de gulden. De sterkere gulden zorgde voor een stevige rem op de traditionele exportsector, terwijl de export in gas natuurlijk geen problemen ondervond. Bovendien zorgde de verhoogde koopkracht van de bevolking voor een verschuiving van arbeid en kapitaal naar niet verhandelbare industrieën. Denk dan bijvoorbeeld aan bakkers, kappers, etc. De kern van het verhaal is dat de plotse ontdekking van natuurlijke grondstoffen een vernietigend effect heeft op de traditionele exportindustrie. De verwerkende nijverheid heeft het in het bijzonder moeilijk. Wanneer de initiële voordelen na 10 jaar begonnen af te nemen, bleven ze zitten met de eerder opgesomde nadelen. Dat Nederland een kleine en uiterst open economie is hielp natuurlijk niet.

Andere voorbeelden van de Dutch-disease

Onder de ontwikkelde economieën zijn er twee die regelmatig in één adem met de Dutch Disease genoemd worden: Canada en Australië. Respectievelijk 30 en 60 procent van de export uit deze landen bestaat uit grondstoffen. Een ander typisch voorbeeld is hoe de economie van Colombia danig veranderde door een stijging van de koffieprijs. Verder is het algemeen geweten dat de Russische export onvoldoende gediversifieerd is dankzij hun enorme voorraad van olie en gas.

Lage olieprijs op langere termijn een zege voor Rusland?

Roebel

De lage olieprijs heeft gezorgd voor een stevige val van de roebel. Op korte termijn bezorgt dit de Russische beleidsmakers extra stress om het land te besturen. Er zal in het overheidsbudget gesneden moeten worden, de werkloosheid zal toenemen en de buitenlandse muntreserves zullen opgesoupeerd worden. Bovendien lopen er een heleboel sancties tegen Rusland. De lagere roebel maakt Russische exporteurs echter competitiever. Een groot probleem is dat er niet zo’n waanzinnig grote verwerkende nijverheid is in Rusland, althans niet met het oog op export. Deze situatie is mogelijks ontstaan door één of andere vorm van Dutch Disease. De lagere olieprijzen zal Rusland dwingen eindelijk werk te maken van de diversificatie van hun exportsegment. Een verschuiving van middelen naar de verwerkende nijverheid, waar veel toegevoegde waarde en jobs gecreëerd worden, is op langere termijn een uitstekende strategie.

Iran moet opletten na het openstellen van hun economie

In tegenstelling tot Rusland, is Iran net verlost van een resem internationale sancties. Hierdoor zullen er in de nabije toekomst grote sommen buitenlands kapitaal naar het land vloeien. Een studie toont aan dat Iran last had van de Dutch Disease tussen 2006 en 2009. Teheran beweert geleerd te hebben uit de fouten van het verleden. Ali Tayebnia (zie onderstaande foto), Iraans minister van Economie en Financiën, verklaarde in de pers dat de nieuwe inkomsten juist besteed moeten worden. Sommige grondstofrijke landen pakken dit goed aan. Het voorbeeld bij uitstek is Noorwegen, die zijn opbrengsten onderbrengt in één van de grootste pensioenfondsen ter wereld (bezit 1 procent van alle aandelen wereldwijd). Het opheffen van de sancties en het openstellen van hun gigantische reserves zal Iran op korte termijn veel welvaart opleveren, maar als de beleidsmakers niet opletten kan de droom snel een nachtmerrie worden. Heb je er zin in minister Tayebnia?

Auteur: Bieraait

Minister Economie en Financiën Iran

Be the first to comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*