Rode balans na drie weken 2016: China, olie en rente VS

Stockmarket crash

Wie vlak voor het begin van 2016 dacht nog snel een goede zaak te doen met zijn eindejaarsbonus kijkt wellicht met enige teleurstelling naar het koersverloop van de voorbije twee weken. Belgische beleggers werden hopelijk niet te sterk aangespoord door de komst van de speculatietaks. We maken de balans op van de eerste twee weken van het nieuwe beursjaar en graven terug in het archief om signalen te vinden.

Rode markten en toegenomen volatiliteit

Eigenlijk hoeven we er niet te veel woorden aan vuil te maken. De markten gingen de afgelopen weken sterk zuidwaarts en dat zal iedere belegger geweten hebben. Het begon allemaal met klappen van 7% op de Chinese beurzen. Het ging zelfs zo ver dat de net geïntroduceerde ‘circuit breakers’ (stilleggen handel na verlies van 7%) het toneel al meteen mochten verlaten. Hiermee trachtte de Chinese overheid het vertrouwen te herstellen bij de beleggers. De hernieuwde angst om China zette de Amerikaanse en Europese beurzen uiteraard ook op stevig verlies. Belangrijke indices naderen stilaan double-digit verliezen.

Intussen merken we op dat de VIX de laatste maand gevoelig is toegenomen. Deze index meet in essentie de verwachting van volatiliteit door de markten. Hierdoor wordt hij ook wel de angstindex genoemd.

 photo Schermafbeelding 2016-01-20 om 15.38.40_zpsu0fvbi6m.png

De drie grote thema’s van 2015 bepalen de start van 2016

Een goede belegger heeft altijd wel iets om over te piekeren. In 2015 werden we op dit vlak echter iets te veel verwend. Vreemd genoeg bleven de markten stijgen terwijl er steeds meer negatieve signalen op de voorgrond kwamen. Eind augustus voelden we een eerste prik door de devaluatie in China, een thema dat vandaag de dag als zeer belangrijk wordt aangevoeld. Samen met de problematiek in China kwamen vooral de malaise in de grondstoffensector en de renteverhoging in de VS in het vizier van de belegger. Het gevaar lijkt dus uit zeer diverse hoeken te komen, maar in essentie zijn deze allen sterk gelinkt.

China zorgt voor onzekerheid

Het meest onzekere maar misschien wel belangrijkste onderwerp van de drie is de situatie in China. Na een slecht PMI cijfer, herhaaldelijke doemdagen op de beurs, en een terugval van uitgegeven leningen in december, beseffen beleggers dat de harde landing in China misschien geloofwaardiger is dan voorheen gedacht. Ook de kwaliteit van de leningen wordt de laatste tijd in twijfel getrokken. Behalve een echte harde landing (significante daling van de economische groei in China), zijn er ook andere factoren die een rol spelen. In een poging deze harde landing te vermijden, zal China de economie meer gaan stimuleren. De grote schuldenberg in China, samen met de afnemende groei, zal de beleidsmakers waarschijnlijk niet in de richting van extra overheidsuitgaven duwen. De inkomsten voor de Chinese overheid zijn bovendien sterker gekoppeld aan economische groei dan in ontwikkelde economiën zoals de VS of Europa. Soepeler monetaire beleid lijkt een meer waarschijnlijke uitkomst. Het effect hiervan is echter dat het gevaar op bubbelvorming toeneemt. Om de export aan te zwengelen, maar ook om andere redenen, devalueerde de Chinese overheid de facto de Yuan ten opzichte van de Dollar. De munt mag echter niet te snel en vooral niet te ongecontroleerd dalen aangezien hierdoor kapitaalsvlucht kan ontstaan naar veiligere oorden, met opnieuw een negatief effect op de economie. Goldman Sachs verwacht dat de Yuan nog verder zal zakken in 2016 met alle gevolgen vandien. Het is niet duidelijk wat China van plan is met de munt. In een eerder artikel hadden we het over de devaluatie van de Yuan en de effecten hiervan met op het einde een verwijzing naar de opname in het SDR mandje van het IMF. China is hierin geslaagd en zet op deze manier stappen naar een echte wereldmacht. Stabilisatie van de munt lijkt de belangrijkste opdracht, maar het beleid in de VS kan hier een stokje voor steken.

Grondstoffen gaan de dieperik in

Een tweede grote thema in 2015 was ongetwijfeld de daling in grondstofprijzen. Er wordt, terecht overigens, bijzonder veel aandacht gegeven aan de prijs van ruwe olie. In vergelijking met de top van $110 dollar per vat begin 2014, kost een vat ruwe olie tegenwoordig nog maar een vierde van dat bedrag. De extreme aandacht voor de olieprijs is eenvoudig te verklaren en wel om drie redenen:

1. Er was en is een constante toevoer van nieuws over fundamentele veranderingen in de oliesector

a. In 2015 toonden de schaalolieproducten uit de VS dat ze hardnekkiger zijn dan wat de meeste analisten verwacht hadden

b. Iran en de internationale gemeenschap sloten de nucleaire deal waardoor het land terug kan deelnemen aan de wereldeconomie. Iran bezit de vierde grootste oliereserves ter wereld en zegt de productie meteen met 500.000 vaten per dag te kunnen verhogen.

c. De olie-export ban van de VS verdween na meer dan 40 jaar. De spread tussen Brent Crude en WTI neemt hierdoor af.

d. De OPEC toonde dat de prijzenoorlog menens is door tweemaal toe geen productiequota te voorzien, waar dat in ‘normale omstandigheden’ wel verwacht zou worden.

2. De daling van de olieprijs is mogelijks een indicator van onderliggende problemen

a. De consensus onder de analisten is dat de lage olieprijs vooral gedreven wordt door een overaanbod. Uiteraard is er meer aan de hand. Ook andere gronstoffen verliezen terrein, wellicht schort er dus iets aan de mondiale vraag (of de verwachtingen hierover). Dit reflecteert zich bijvoorbeeld ook in afgenomen handel en een zwakke Baltic Dry Index.

b. Aangezien China de grootste olie-importeur ter wereld is, en vanwege een betrouwbaarheidsprobleem, wordt in deze context elke hint op tragere Chinese groei ernstig genomen.

3. De daling van de olieprijs is mogelijks een schepper van toekomstige problemen

a. Sommige analisten vrezen dat de de Amerikaanse schaalproducenten de economische groei in de VS snel kunnen fnuiken wanneer de eerste faillisementen aan het licht komen. Veel producenten torsen hoge schulden en zijn zwaar overleveraged. Hier zijn uiteraard banken aan blootgesteld, ook huizenprijzen in de regio fluctueren mee met de olieprijs. Weinigen denken echter dat dit een nieuwe kredietcrisis kan teweeg brengen.

b. De lage olieprijs (en grondstofprijzen in het algemeen) zet druk op de EM’s (Emerging Markets). In veel van deze opkomende economiën maken grondstoffen een groot deel uit van de totale export. Ook het accumeleren van buitenlandse reserves (dollars) wordt minder gemakkelijk. Hierdoor ontstaat er nog extra neerwaartse druk op hun munten, met alle gevolgen vandien.

c. Als laatste punt wordt door sommige economen de nadruk gelegd op deflationaire gevaren. Of deze waarschuwingen geloofwaardig zijn is zeer de vraag. Er moet wel gezegd worden dat zonder de stevige daling in de olieprijzen, de inflatie in de meeste landen wellicht dichter bij het beoogd percentage zou liggen. Aan de andere kant is het vermijden van cost-push inflatie nu niet meteen problematisch. Netto is zijn lagere grondstofprijzen positief voor de wereldeconomie: de inputkosten zijn gewoonweg lager.

Renteverhoging in de Verenigde Staten

Over de renteverhoging van de FED is al veel inkt gevloeid. In eerdere artikels werd duidelijk gemaakt wat de invloed is van een sterkere dollar op de grondstofprijzen. Ook de link tussen de Chinese munt en het monetaire beleid van de VS werd reeds geschetst. Het zal voor elke belegger intussen duidelijk zijn dat deze drie zaken sterk gelinkt zijn aan elkaar. Voor verdere uitleg wordt verwezen naar deze artikels. Om af te sluiten een stukje uit het OPEC rapport voor Januari (18/01/2016) over de monetaire effecten:

With official median projections by the Fed of interest rates reaching 1.375% in 2016, the Fed’s monetary tightening is in stark contrast to the continuing monetary expansion of some central banks in the OECD… …Divergent money policies can also be seen in the emerging economies, with China and India pursuing loose policies, compared to tightening in Brazil and Russia…

…For the oil market, the impacts can be seen not only on crude prices, but also on oil demand and supply. The expectation of rising interest rates in the US in recent months has been a factor behind capital outflows from emerging economies, which have led to a depreciation of their national currencies, inflation pressures, and eventually lower industrial activities, particularly in China. These have dampened economic growth and slowed the increase in oil consumption. In addition, the expectation of a continued appreciation of the US currency supported a significant rise in the US dollar value versus other major currencies – even prior to the actual rate increase – which weighed on oil prices

De kern hiervan in het Nederlands:

De verschillende beleidsposities van de centrale banken zorgen voor extra druk op grondstofprijzen. In de VS gaat een cyclus van renteverhogingen van start terwijl de rest van de wereld het monetaire beleid blijft versoepelen. De dollar apprecieërt hierdoor en weegt op de olieprijs. Intussen zorgt deze sterke dollar ook voor kapitaalvlucht uit deze opkomende economiën. Hierdoor nemen investeringen af, gevolgd door industriële activiteit, waardoor de toekomstige olievraag minder snel lijkt toe te nemen. Merk op hoe de OPEC in het bijzonder de kwestie in China nog eens aanhaalt. Een verdere depreciatie van de Yuan kan nefaste gevolgen hebben voor winsten van multinationals (zeker uit de VS), maar erger nog: het kan een negatieve impact hebben op het financiële systeem in zijn geheel wegens toenemende schulden in dollar of een krimp in kredietverlening en consumentenvertrouwen in China.

De situatie van een verzwakkend China, sterkere dollar en aanhoudende lage grondstofprijzen zou er wel eens voor kunnen zorgen dat we binnenkort weer de term systemisch risico in de krantenkoppen kunnen lezen.

Brokers Belgie Populair in BelgiëBrokers Nederland Populair in Nederland
Broker Binck

DEGIRO beleggingsfondsen

DEGIRO beleggingsfondsen

Broker Binck

Lynx beleggen



Meer aanbieders >Meer aanbieders >